Zoals het is (gegaan) -1-

Toen het jaar 2016 op de helft was, was mijn geloof op. Ik had aan het begin van dat jaar mee mogen werken aan ‘De Vrouwenbijbel’ en was nu zover in overeenstemming met een uitgever dat ik zelf een boekje mocht gaan schrijven met bijbelse overdenkingen. Ik koos daarvoor het boek ‘Prediker’. Een boek waarin ruimte is om dingen te bevragen, te twijfelen. Maar het boekje is er niet gekomen. Eén overdenking lukte nog. Daarna kreeg ik de letters niet op papier. Nét toen ik mijn schrijfwerk (in het christelijke wereldje) kon gaan uitbouwen, bleek het fundament van dat schrijven te zijn ingestort. Namelijk; mijn geloof.  Ik kon er niet meer omheen, het laatste christelijke stuk tekst dat ik getypt had, leek een feit.

Print screen stukje boekje

Die instorting was niet van de een op de andere dag een feit. Het besef ook niet. Het was een sluipende instorting. Maar wel een onomkeerbare. En toen ik er achter kwam, bevonden de brokstukken zich al aan mijn voeten. De zwaartekracht is onverbiddelijk.

Op 3 september (het was op een familiedag, vandaar de herinnering) had ik een gesprekje met mijn vader over het boek ‘De nacht van de biechtvader’ van Tomás Halík, dat ik van hem had geleend. Ik vertelde hem dat het boek me had geraak. Dat hij o.a. schrijft over crises, twijfels en verlangen. En dat ik me daarin herkende. En dat Halík onder andere schreef ‘dat we crises niet moeten wegstoppen: pas als we ze oprecht doorleven kunnen we ‘omgevormd’ worden tot grotere rijpheid en volwassenheid’ (pag 16). Ik voelde ruimte in het gesprek en zei ik tegen mijn vader iets in de trant; ‘Als het zo is dat ik zo veel vragen en twijfels heb, misschien is het dan nu ook de tijd om daar eens alle ruimte aan te geven. Zonder reserves. Om dan te zien wat er nog overblijft. En om God misschien op een nieuwe manier te leren kennen’. Ik had namelijk gemerkt dat je op die brokstukken van geloof nog prima kunt doen alsof die toren nog overeind staat. Voor de buitenwereld in ieder geval. Hoewel ik het schrijven van het boekje had afgeblazen, wist verder niemand hier nog van. Ik merkte ik dat ik voor de keuze stond; hoe ga ik gevolg geven aan het besef dat ik niet meer geloof zoals ik dat altijd wel gedaan heb, terwijl ik daar wel naar verlang? Het was voor mij ook niet zo duidelijk of er ergens nog wel een muurtje overeind stond. Het werd tijd om eerlijk te worden naar mezelf én naar anderen.  Dat laatste is moeilijk voor iemand die graag de vrede bewaart. Maar doordat ik het uitsprak naar mijn vader, voelde ik ook het verlangen om het ook echt zo te doen. En diep van binnen wist ik hoe dat moest; stil gaan staan.

Om er achter te komen waar ik stond in mijn geloof, wilde ik afstand nemen van alle christelijkheid waar ik me in bevond. Ik stopte met mijn vrijwilligerswerk als pastoraal werker, stopte met kring en nam afstand van de kerkdiensten. Pas als je alleen bent met jezelf, kun je je eigen stem gaan verstaan. Eerst de ruis van buitenaf dichtdraaien en dan gaan luisteren. Het is de op één na beste keuzes die ik ooit had gemaakt. De beste was; trouwen met DJ. Hij begreep me.

Klaar? Bloggen maar!

Dit te typen voelt een beetje bloot. En dat in combinatie met koudwatervrees (ga ik het volhouden om te bloggen? Wie interesseert het nou om mijn beslommeringen te lezen?) heb ik het uitgesteld om dit blog écht te starten.

Maar what ever, ruim een jaar nadat ik ‘bloeistof’ aanmaakte, ben ik er klaar voor om gewoon te beginnen en te zien waar het schip strandt (of doorvaart).

Ik heb geen duidelijk doel (meer) voor ogen met dit blog. Ik wil erop zetten wat mij bezighoud. En dat zal heel vaak gaan over geloven en niet meer geloven. Over god en kerk. Of juist geen God en geen kerk. Over kiezen, over jezelf verliezen en vinden. Dat is waar ik mee bezig ben. En als je meeleest vind ik dat leuk!

 

Stille pasen

(Naar: ‘Herfst’ van Jan Wolkers)

De stilte na de twijfel is zo stil
het zeker weten langzaam uitgedoofd
mijn woorden koel en malende gedachten kil
van eeuwige aanwezigheid beroofd.

Als ook het laatste sprankje dooft
gebeden voorgoed zwijgen, tegen wil en dank
het laatste twijgje hoop verdooft
worden de volste dromen ijl en stil.

Mijn God die mij verlaten hebt, blaas in
die laatste gloed met zachte wind
de hoop tot leven dat ik weer vind.

O houten kruis, geronnen bloed
dat brandend ons een eeuwig teken is
dat in die zwarte stilte ik ontmoet.

©Judith Overbeek-Reinders, maart 2016